Er is het een en ander veranderd in de subsidieregelingen voor de verduurzaming van gebouwen. Sommige budgetten zijn verruimd en bieden nieuwe kansen, terwijl andere regelingen selectiever worden en hogere eisen stellen. Hieronder zetten wij de belangrijkste wijzigingen voor u op een rij:
EIA: meer budget en nieuwe mogelijkheden voor installaties
De Energie-investeringsaftrek (EIA) krijgt in 2026 een ruimer budget: €460 miljoen, ten opzichte van €431 miljoen in 2025. Dit vergroot de kans op fiscale ondersteuning bij duurzame investeringen.
- Warmtepompen weer mogelijk in nieuwbouw
Na een jaar afwezigheid komen warmtepompen voor nieuwbouw opnieuw in aanmerking voor de EIA. Het gaat om water/water-warmtepompen in de utiliteits- en woningbouw, mits wordt voldaan aan specifieke technische eisen, zoals het gebruik van een halogeenvrij koudemiddel en een SCOP van minimaal 4,5. Het fiscale voordeel kan oplopen tot circa €310 per geïnstalleerde kWth. Dit maakt het opnieuw interessant om warmtepompen vroeg in het ontwerp mee te nemen. Voor lucht/water-warmtepompen verandert de rekenmethodiek. De exacte impact verschilt per project, waardoor maatwerkberekeningen belangrijker worden.
- Verduurzaming bestaande installaties
In 2026 wordt het mogelijk om EIA te ontvangen voor het vervangen van EC-ventilatoren in bestaande luchtbehandelingskasten. Dit biedt kansen bij renovatie- en optimalisatieprojecten, waarbij installaties vaak een groot deel van het energieverbruik bepalen.
- Koellast verlagen loont meer
Wie investeert in isolerende beglazing in combinatie met zonwering, kan rekenen op een hoger fiscaal voordeel. Het voordeel stijgt naar circa €77 per m² glas. Glas zonder zonwering blijft op het niveau van 2025. Dit maakt het aantrekkelijk om zonwering integraal mee te nemen in gevel- en renovatieplannen.
- Extra voordeel voor biobased isolatie
Voor de isolatie van bestaande constructies met biobased materialen geldt in 2026 een toeslag van circa 50% ten opzichte van 2025. Het maximale voordeel bedraagt ongeveer €10 per m². Dit biedt een duidelijke financiële prikkel om circulaire en biobased keuzes te maken.
- Meer ruimte voor zon en opslag
Het maximale piekvermogen voor EIA-subsidie op zonnepanelen wordt verhoogd van 55 kW naar 100 kW. Hierdoor vallen meer PV-installaties binnen de regeling. De voorwaarden voor batterijen en accu’s blijven grotendeels gelijk, maar door toenemende netcongestie kan energieopslag een steeds belangrijkere rol spelen in haalbare businesscases.
MIA 2026: Strengere regels, meer ruimte voor grote en circulaire projecten
Het budget voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) daalt in 2026 naar €135 miljoen. Tegelijkertijd worden de eisen aangescherpt. Dit betekent dat projecten beter onderbouwd en technisch goed voorbereid moeten zijn.
- Strengere eisen aan berekeningen
Wanneer een BENG-berekening vereist is, moet deze worden uitgevoerd door een vakbekwaam EP-U/D-adviseur die werkt bij een BRL9500-gecertificeerd bedrijf of aangesloten is bij een gecertificeerde koepelorganisatie. Dit vraagt om tijdige afstemming in het ontwerpproces.
- Meer ruimte voor industriële gebouwen
Voor gebouwen met een industriefunctie wordt de subsidiabele oppervlakte verruimd naar maximaal 7.000 m² BVO, met een maximum van €5,6 miljoen aan subsidiabele kosten. Dit biedt extra mogelijkheden voor grootschalige verduurzamingsprojecten.
- Circulair bouwen: hogere eisen, meer voorbereiding
Voor circulaire utiliteits- en woningbouw stijgt het vereiste aandeel demontabele bouwproducten naar 55%. Daarnaast worden de maximale MPG-waarden voor circulaire woningbouw afhankelijk van woningtype en gebruiksoppervlak. Dit vraagt om vroegtijdige keuzes in ontwerp, materiaalgebruik en contractvorming.
- Nieuwe GPR-methodiek verplicht
Vanaf 2026 moet de GPR-berekening worden uitgevoerd volgens de GPR Gebouw 4.5-methodiek (of de 4.5 Bestaande Bouw-methodiek bij renovatie). Oudere versies worden niet meer geaccepteerd. Voor BREEAM veranderen de voorwaarden niet.
SVOH: kleine aanpassingen met praktische voordelen
De SVOH-regeling kent in 2026 beperkte wijzigingen. Isolerende kozijnpanelen worden toegevoegd als subsidiabele maatregel. Voor warmtepompen wordt de systematiek aangepast en in lijn gebracht met de ISDE, terwijl voor sommige split-warmtepompen strengere eisen gelden voor het gebruikte koudemiddel.
Voor monumentale panden wordt het eenvoudiger om voor- en achterzetbeglazing toe te passen door een verruiming van de technische eisen.
ISDE: minder administratieve last
Voor zakelijke ISDE-aanvragen blijven de wijzigingen beperkt. Wel wordt de vaststellingsfase eenvoudiger. Bij onder andere warmtenetten en zakelijke lucht/water-warmtepompen volstaat een bevestiging van de netbeheerder dat de gasaansluiting is verwijderd. Ook verandert de subsidieopbouw voor lucht/water-warmtepompen, wat vooral relevant is bij gefaseerde uitbreidingen.
SIM: aangepaste budgetverdeling
De SIM-regeling wordt beter afgestemd op de praktijk. In 2026 gaat 60% van het budget naar kleine aanvragen en 40% naar grote aanvragen. Daarnaast wordt bij gebouwde rijksmonumenten de herbouwwaarde bepalend voor de categorie: tot €8,3 miljoen geldt een aanvraag als klein, daarboven als groot.
Vanaf 27 januari beschikbaar: DEI+:
De DEI+-regeling stelt jaarlijks meer dan €150 miljoen beschikbaar voor pilot- en demonstratieprojecten op het gebied van energie-efficiëntie, hernieuwbare energie en meer. De subsidie dekt 25–50% van de kosten, met extra bonuspercentages voor kleine (20%) en middelgrote (10%) ondernemingen, en een minimale bijdrage van €125.000 per project.
Laatste kans voor aanvragen VEKI
Industriële bedrijven kunnen tot en met 2 februari 2026 VEKI aanvragen voor investeringen in bewezen CO₂-besparende technieken, me een subsidie van 30–70% van de kosten per project en een totaalbudget van €148 miljoen.
Wilt u weten welke subsidies voor uw project relevant zijn en hoe u deze optimaal kunt benutten? Wij denken graag met u mee.